Binnen loopbaanoriëntatie en -begeleiding (LOB) wordt veel gewerkt met het model van prof. dr. Marinka Kuijpers, dat vijf loopbaancompetenties onderscheidt. Dit kader vormt ook de theoretische basis achter de inhoud van de kaartspellen van Navigera.
De vijf loopbaancompetenties
- Kwaliteitenreflectie: weten waar je goed in bent en welke kwaliteiten je hebt.
- Motievenreflectie: begrijpen wat je motiveert, wat je belangrijk vindt en waar je enthousiast van wordt.
- Werkexploratie: onderzoeken welke werkzaamheden, beroepen of opleidingen aansluiten bij je kwaliteiten en motieven.
- Loopbaansturing: op basis van je inzichten keuzes maken en concrete stappen zetten.
- Netwerken: gericht contacten leggen die helpen bij het maken van keuzes en het zetten van stappen.
Waarom dit kader werkt
Het model van Kuijpers benadrukt dat loopbaancompetenties het beste ontwikkeld worden door echte ervaringen en gesprekken, niet door alleen theorie of testen. Dit sluit aan bij wat in de onderwijspraktijk vaak wordt gezien: leerlingen leren het meest van doen, reflecteren en bespreken.
Het model in de praktijk
In het Studiekeuzespel komen deze competenties concreet terug: de kaarten over vaardigheden en interesses sluiten aan bij kwaliteiten- en motievenreflectie, de richtingenkaarten bij werkexploratie, en de reflectievragen stimuleren leerlingen om vervolgstappen te overwegen — precies de kern van loopbaansturing.
Toepassen in je LOB-programma
Gebruik het model van Kuijpers als kapstok voor je LOB-programma: check bij elke werkvorm welke competentie(s) worden aangesproken, en zorg voor een goede balans tussen reflectie, exploratie en actie.
Ontdek welke studie bij je past — Het Studiekeuzespel helpt je met kaarten, gesprekken en een AI-tool ontdekken welke studie écht bij je past.
Bekijk het Studiekeuzespel